De bouwplaats van de toekomst: van diesel naar slim zero-emissie bouwen

Aflevering 6: Hoe ziet de bouwplaats van de toekomst eruit? | #6 | De weg naar Elektrisch

In deze aflevering van de podcastserie “De weg naar Elektrisch – Powered by Scania” staat één vraag centraal: hoe ziet de bouwplaats van de toekomst eruit – en hoe komen we daar vanaf vandaag? Presentator Mark Wijsman gaat hierover in gesprek met twee koplopers:

 

  • Tijn Swinkels – medeoprichter en CTO van DENS, ontwikkelaar van mobiele accusystemen en power-oplossingen voor bouw en industrie.

  • Tobias van Oord – directeur bij Martens en Van Oord, familiebedrijf in groot grondverzet en waterbouw, actief met zero-emissie machines, schepen en vrachtwagens.
     

Samen verkennen ze hoe je in een traditioneel conservatieve sector tóch voorop kunt lopen met elektrificatie, welke rol mobiele energieopslag speelt en wat er allemaal nodig is om bouwplaatsen echt zero-emissie te maken.

 

1. Elektrische vrachtwagens als nieuwe norm

Beide gasten zijn duidelijk: elektrische vrachtwagens worden de standaard in het transport.


Tijn verwacht dat voor het overgrote deel van de toepassingen elektrisch de logische keuze wordt. Er zullen altijd niches blijven waarin iets anders rijdt, maar diesel zal steeds verder naar de achtergrond verdwijnen.


Tobias sluit zich daarbij aan. In zijn wereld – vervoer van zand, grond en materialen voor wegen, dijken en havens – ziet hij dat:

  • het standaard transport met trekkers en opleggers prima elektrisch kan;
  • ook meerassige bakwagens voor zwaarder terrein in toenemende mate te elektrificeren zijn;
  • vooral een kleine restcategorie (zoals zware diepladercombinaties) technisch lastiger is en mogelijk langer afhankelijk blijft van andere energiedragers, zoals waterstof.
     

Zijn verwachting: voor het reguliere transport van zand en grond heeft Martens en Van Oord nu de laatste dieseltrucks aangeschaft. De volgende generatie moet volledig elektrisch worden.

2. Martens en Van Oord: stap voor stap naar een emissieloze bouwplaats

Martens en Van Oord is een aannemer in groot grondwerk en baggeren. Ze werken aan: 

  • aanleg van wegen, spoorlijnen en dijken;

  • bouw van havens en grote infrastructuurprojecten;

  • projecten op land én op het water. 

 

De route naar zero-emissie bestaat voor hen uit meerdere sporen:

  • Elektrische trucks
    • Een deel van de vloot is inmiddels elektrisch.
    • Er is een eigen laadplein in Oosterhout, met tijdig verzwaarde netaansluiting.
  • Elektrische graafmachines
    • Twee grote elektrische kranen draaien al in de praktijk.
  • Emissieloos op het water
    • Vanaf volgend jaar gaat het bedrijf ook emissievrij baggeren vanaf een ponton.
  • Mobiele energie
    • Via een batterijcontainer van DENS kunnen op de bouwplaats meerdere voertuigen snel worden geladen.
       

Tobias benadrukt dat dit alleen lukt door vroeg te beginnen, veel te testen en intern ruimte te creëren om zich volledig op de emissieloze bouwplaats te richten. Anderen sturen het bedrijf aan; hij heeft de handen vrij om in de techniek en energievoorziening te duiken.

3. DENS: mobiele accu’s als ruggengraat van de bouwplaats

DENS begon ooit vanuit de TU Eindhoven met een innovatief concept op basis van een waterstofdrager (mierenzuur), maar zag gaandeweg dat de vraag naar batterijsystemen veel sneller groeide. Een paar belangrijke punten uit het verhaal van Tijn:

  • Het bedrijf groeide in zes jaar tijd van 2 naar zo’n 120 medewerkers.

  • De mobiele accusystemen kunnen:

    • meerdere voertuigen tegelijk laden (bijvoorbeeld vier);
    • met zeer hoog vermogen laden (tot 350 kW, 500A), zodat trucks tijdens de pauze flink kunnen bijladen;
    • zowel volledig “off-grid” werken als fungeren als buffer op een kleine netaansluiting.

 
Een typisch scenario: 

  • Op een bouwplaats is slechts een kleine netaansluiting beschikbaar (bijv. 50 kW).
  • De DENS-container wordt 24 uur per dag langzaam opgeladen.
  • Voertuigen en machines kunnen vervolgens in korte tijd met hoog vermogen worden geladen, precies op de momenten dat het werk daarom vraagt.
     

Zo ontstaat er feitelijk een mobiel snellaadplein op projectlocatie, zonder dat er zware infrastructuur hoeft te worden aangelegd.

4. Hoe ziet de bouwplaats van de toekomst eruit?

Over één ding zijn beide gasten het eens: de bouwplaats van de toekomst is zero-emissie. De invulling verschilt per toepassing:

  • Vrachtwagens
    • Relatief “makkelijk”: ze kunnen zelf naar een (snel)laadpunt rijden.
       
  • Graafmachines en zwaar materieel
    • Blijven vaak langdurig op één plek.
    • Kunnen niet “even” naar een Fastned-locatie rijden.
    • Hebben daarom óf mobiele accu’s nodig, óf een slimme combinatie van laadoplossingen op de bouwplaats.
       
  • Speciale voertuigen (zoals zware diepladercombinaties)
    • Hebben weinig ruimte op het chassis voor batterijen.
    • Kunnen in de toekomst mogelijk een rol voor waterstof of andere oplossingen krijgen.


De kern: energievoorziening wordt een volwaardige discipline naast grond, beton en planning. Zonder intelligente energie-aanpak kun je straks niet meer bouwen.

5. Energie als grootste logistieke uitdaging

Een terugkerend thema in de aflevering is de immense energiebehoefte van een emissieloze bouwplaats. Tobias maakt dat concreet door diesel en elektriciteit te vergelijken:

  • 1 liter diesel bevat ruwweg 10 kWh energie.
  • Om die te vervangen, heb je ongeveer 4 à 5 kWh elektriciteit nodig, afhankelijk van efficiëntie.
     

Een tankwagen met 30.000 liter diesel die naar de bouwplaats komt, staat qua energiewaarde (grofweg) tegenover:

  • een accupakket van DENS met 1.700 kWh inhoud – goed voor ongeveer 400 liter diesel-equivalent.

 

De conclusie:

  • De sector gebruikt gigantisch veel energie.
  • Met elektriciteit zijn volumes fysiek veel groter (meer containers, meer logistiek).
  • Efficiëntere machines, slimme planning en buffering via batterijen zijn cruciaal om dit beheersbaar te houden.

 

Daarbovenop komt de netcongestie. Niet elke locatie heeft een zware aansluiting beschikbaar. Daarom is flexibel kunnen laden – bijv. accu’s volladen bij een Fastned-locatie of op een centrale hub en ze daarna naar de bouwplaats brengen – een belangrijk toekomstscenario.

6. Circulariteit: van batterijen tot bouwmaterialen

Circulariteit komt in de aflevering op twee niveaus terug.

 

Bij DENS gaat het vooral over de batterij zelf:

  • Gebruik van hoogwaardige, goed te recyclen materialen.

  • Bewuste keuze voor chemie waarbij:

    • de kans op kinderarbeid in de keten zo klein mogelijk is;
    • hergebruik en recycling ook over 20 jaar nog goed te organiseren zijn.

  • Europese regelgeving verplicht fabrikanten om al vóór marktintroductie na te denken over de volledige levenscyclus en recycling van batterijen.


Bij Martens en Van Oord ligt de focus meer op de bouwmaterialen:

  • Zo veel mogelijk lokaal zand, grond en steen hergebruiken.
  • Het minimaliseren van transportafstanden.
  • Het zo ontwerpen van wegen en dijken dat de juiste kwaliteit wordt bereikt met zo min mogelijk verplaatsing van materiaal.
     

Zero-emissie gaat dus niet alleen over “andere brandstof”, maar ook over slimmer ontwerpen en bouwen.

7. De bouwplaats als proeftuin en voorbeeld voor andere sectoren

De bouwplaats blijkt een extreem leerzame omgeving: als er iets misgaat met de batterij of laadoplossing, hangt de machinist binnen drie minuten aan de telefoon. Daardoor zien bedrijven als DENS heel snel: 

  • wat in de praktijk wél werkt;
  • waar oplossingen moeten worden bijgeschaafd;
  • welke combinaties van laden, bufferen en plannen het meest robuust zijn. 

 

Tijn ziet sterke parallellen met andere sectoren:

  • Ook fabrieken en industrie krijgen te maken met vraagstukken rond:
    • eigen impact op het stroomnet;
    • zelfvoorzienendheid;
    • buffering van pieken.

  • De bouwplaats is daarmee een soort “proefopstelling” voor hoe je als bedrijf met beperkte netcapaciteit toch elektrisch kunt werken.

 

Tobias ziet bovendien een positief ecosysteem ontstaan:

  • traditionele aannemers die al decennialang bestaan;
  • jonge technologiebedrijven als DENS; een cultuur waarin kennis delen steeds normaler wordt.


Deze samenwerking maakt het mogelijk om grote stappen te zetten – en kan een voorbeeld zijn voor andere sectoren, zowel in Nederland als internationaal.

8. De rol van overheid en beleid

Een van de grootste externe onzekerheden is politiek en beleid.

 

Tijn benoemt: 

  • de behoefte aan consistent beleid;
  • het verstorende effect van tegenstrijdige signalen (bijv. twijfel over zero-emissiezones);
  • de impact op investeringsbeslissingen bij ondernemers.

 

Voor bedrijven die zware investeringen doen in elektrisch materieel, batterijen en netaansluitingen is duidelijkheid op de lange termijn essentieel. Apparatuur gaat 5 tot 30 jaar mee – wie nu investeert, wil zeker weten dat de regels niet over een paar jaar alweer de andere kant op bewegen.

9. Advies aan bouwbedrijven die willen starten met zero-emissie

Tobias geeft een aantal concrete tips voor bouwbedrijven die hun bouwlocaties willen voorbereiden op elektrische voertuigen en materieel:

  • Begin vroeg

    • Wacht niet tot de “perfecte” machine of regelset er is.
    • Door nu te starten, doorloop je het leertraject terwijl er nog tijd is om te experimenteren.

  • Verdiep je in energie

    • Begrijp spanningen, vermogens, AC/DC en de basics van elektrotechniek. 
    • Weet welke netaansluiting je hebt en wat de grenzen zijn. 
    • Leer hoe stroomprijzen werken (dal- en piektarieven) en hoe je daarop kunt sturen.

  • Zie energie als kernonderdeel van je bedrijfsvoering

    • Niet alleen meer “een kwestie van diesel inkopen”.
    • Net als bij grondstoffen moet je weten waar je energie vandaan komt, wanneer je die afneemt en hoe je verspilling voorkomt.

 

Tijn vult dit aan met een waarschuwing: veel bedrijven worden nu min of meer “gedwongen” een batterij te kopen, zonder echt te weten wat ze nodig hebben. Zijn boodschap:

  • zorg dat je begrijpt wat je koopt;
  • beschouw stroomvoorziening als onderdeel van je supply chain;
  • werk met partners die inhoudelijk snappen wat er op jouw bouwplaats gebeurt.


10. Vooruitblik: waar kijken de gasten het meest naar uit?

De aflevering sluit af met een optimistische blik vooruit.
 

Tijn kijkt uit naar:

  • de enorme hoeveelheid werk en gave projecten die nog komen;
  • steeds complexere, zichtbare toepassingen – van grote bouwplaatsen tot evenementen en misschien zelfs de Olympische Spelen;
  • het verder opschalen van slimme, mobiele energiesystemen.
     

 Tobias kijkt vooral uit naar:

  • emissieloos werken op plekken waar nu nog niemand denkt dat het kan;
  • het volledig zero-emissie baggeren vanaf pontons op het water;
  • de rol van Nederland als waterbouwland dat óók op het gebied van emissievrije uitvoering een voorbeeld kan zijn.
     

De rode draad van de aflevering: de bouwplaats van de toekomst wordt zero-emissie, slimmer en energiegedreven. Bedrijven die nu investeren in kennis, samenwerking en flexibele energie-oplossingen, worden de koplopers van straks.