De monteur van de toekomst

Aflevering 5: Hoe ziet de monteur van de toekomst eruit? | #5 | De weg naar Elektrisch

In deze aflevering van de podcastserie “De weg naar Elektrisch – Powered by Scania” staat één vraag centraal: hoe ziet de monteur van de toekomst eruit in een wereld waarin elektrische vrachtwagens steeds normaler worden? Presentator Mark Wijsman gaat in gesprek met twee gasten die precies op dat snijvlak van praktijk en opleiding zitten:

 

  • John Wammes, docent bedrijfswagentechniek aan de Truckacademy (ROC Midden Nederland) in Nieuwegein.

  • Mathijs de Wit, allround monteur en teamleider bij Scania Oosterhout.

Samen bespreken zij hoe de werkplaats verandert, wat er van monteurs gevraagd wordt, hoe het onderwijs zich aanpast en waarom elektrificatie zowel uitdaging als enorme kans is.

1. Zijn elektrische vrachtwagens de toekomst van transport?

Op de openingsvraag – of elektrische vrachtwagens de toekomst van transport zijn – zijn beide gasten opvallend eensgezind.

 

John ziet elektrisch als een “groot onderdeel” van de toekomstige transportmix. Hij benadrukt dat niemand precies weet hoe de techniek er over vijf of tien jaar uitziet, maar is ervan overtuigd dat elektrische aandrijving een blijvende rol heeft.

 

Mathijs maakt een praktisch onderscheid:

 

  • Voor distributie en kortere afstanden is elektrisch volgens hem nu al “de ideale vorm van transport”.

  • Voor lange afstanden is diesel op dit moment vaak nog gunstiger, maar er wordt al volop gewerkt aan oplossingen voor langeafstandstransport met elektrische trucks.

De conclusie: diesel verdwijnt niet morgen, maar elektrisch wordt een structureel onderdeel van het wagenpark – zeker in stedelijke distributie en het OV.

2. Elektrificatie: kans én technische uitdaging

Op de tweede stelling – “elektrificatie: kans of uitdaging?” – vullen John en Mathijs elkaar goed aan.

 

Voor Mathijs is elektrificatie vooral een technische uitdaging: nieuwe systemen, nieuwe veiligheidseisen, nieuwe diagnosemethodes. Precies het type puzzel waar een monteur met passie voor techniek energie van krijgt.

 

John kijkt breder en noemt het “100% een kans”:

 

  • Een kans om nieuwe doelgroepen jongeren aan te trekken die juist de combinatie van software, data en techniek interessant vinden.

  • Een kans om milieu en klimaat serieus te verbeteren.

  • Een kans om het vak van monteur inhoudelijk te vernieuwen en aantrekkelijker te maken voor de komende generatie.

Elektrificatie vraagt wel om een andere manier van werken en denken – in de werkplaats én in het onderwijs.

3. Twee vakmensen: van werkplaats naar klaslokaal en terug

John begon zelf als leerling-monteur en stond dertig jaar in de werkplaats bij één merkdealer. Hij was jarenlang leermeester, volgde cursussen bij de importeur en gaf kennis intern door. Drie jaar geleden maakte hij bewust de stap naar het onderwijs.

 

Wat hij daar het mooist aan vindt?

 

  • Nog steeds met techniek bezig zijn.

  • Tegelijkertijd jongeren opleiden, begeleiden en het vak én de toekomst van het vak overbrengen.

Mathijs werkt inmiddels ongeveer zes jaar bij Scania Oosterhout en is daar uitgegroeid tot teamleider van een team van acht à tien monteurs, waaronder meerdere leerlingen. Hij vindt het vooral mooi om:

 

  • Collega’s te helpen bij complexe storingen.

  • Jongere monteurs te begeleiden in hun ontwikkeling.

  • Zelf steeds vooraan te staan bij nieuwe technieken, zoals elektrische trucks.

Beiden hebben dus één ding gemeen: ze staan met één been in de praktijk en met het andere in de opleiding van de volgende generatie.

4. De nieuwe werkplaats: gereedschap, veiligheid en processen

Elektrische trucks vragen om een andere werkplaatsinrichting dan traditionele dieselvoertuigen. Mathijs schetst wat er allemaal veranderd is bij Scania Oosterhout:

 

Speciaal gereedschap:

  • Gekeurde, geïsoleerde multimeters.
  • Specifieke HV-gereedschappen voor hoogspanningssystemen.
  • Persoonlijke beschermingsmiddelen: speciale kleding, schoenen en handschoenen geschikt voor hoogspanning.

Werkprocessen en infrastructuur:

  • Er is een aparte, speciaal ingerichte parkeer- en inspectieplek buiten, waar een elektrische truck eerst gecontroleerd wordt voordat hij de werkplaats in mag. 
  • Er zijn duidelijke, vastgelegde procedures om een voertuig veilig spanningsloos te maken en te markeren. Pas daarna mag er echt worden gesleuteld.

Investeringen:

  • Mathijs schat dat je voor een vestiging moet denken aan een investering tussen grofweg 10.000 en 50.000 euro om werkplaats, gereedschap, keuringen en opleidingen op het juiste niveau te brengen.

Scania Nederland (vanuit Breda en Zwolle) ondersteunt de werkplaatsen intensief met richtlijnen, keuringseisen en opleidingsprogramma’s.

5. Onderhoud aan elektrische trucks: minder onderdelen, andere focus

Een belangrijk verschil voor klanten én monteurs: een elektrische truck heeft aanzienlijk minder onderhoud dan een dieseltruck.

Waar vervalt of verandert er onderhoud?

 

Geen dieselmotor, dus geen:

  • Brandstofpomp
  • Injectoren
  • Uitgebreide koelsystemen met allerlei sensoren
  • Complexe uitlaatgasnabehandeling

De aandrijflijn bestaat vooral uit:

  • Een elektromotor
  • Een relatief compacte versnellingsbak
  • Een compressor
  • Remmen en remblokken

 

In een elektrische truck blijft er natuurlijk onderhoud over (bijvoorbeeld remmen, ophanging, software-updates, batterijkoeling), maar het aantal mechanische slijtdelen is kleiner.

 

Daar staat tegenover dat diagnose en reparatie veel meer draait om:

  • Meten van spanningen, stromen en weerstanden.
  • Werken met scopes, diagnosetools en software.
  • Strikt volgen van veiligheidsprocedures om hoogspanning veilig te stellen.

De auto’s die nu rondrijden doen het volgens Mathijs “ontzettend goed”. Kinderziektes worden in de beginfase opgelost, daarna komen de voertuigen met veel minder klachten terug dan vergelijkbare dieseltrucks.

6. Hoe past het onderwijs zich aan?

Bij de Truckacademy in Nieuwegein is de opleiding de laatste jaren flink aangepast. John vertelt hoe ze dat aanpakken:

 

1. Elektrotechniek vanaf dag één

  • Studenten beginnen in leerjaar 1 direct met de basisbegrippen spanning, stroom, weerstand en vermogen.
  • Het vak elektrotechniek is niet meer in één periode van 10 weken gepropt, maar verdeeld over 20 weken.
  • Er is naast theorie bewust praktijk ingestopt: meten met multimeter, V4-metingen, oefenen met schema’s en vervangingsweerstanden
     

2. Veel meer tijd voor meten en diagnose

  • In de niveau 4-opleiding (Technisch Specialist) is ongeveer de helft van de tijd praktijk in de werkplaats op school.

  • Studenten leren dan ’s avonds aan echte voertuigen meten, scopes instellen, storingen analyseren en gestructureerd diagnose stellen.

3. NEN 9140 als standaard

  • Iedereen die afstudeert als niveau 3 Allround bedrijfswagentechnicus krijgt de mogelijkheid om direct het certificaat NEN 9140 (veilig werken aan elektrische voertuigen) te behalen.

  • Dat betekent: bij diplomering hebben ze én hun vakdiploma én het certificaat om een elektrisch voertuig veilig spanningsloos te maken.

4. Afsplitsing diesel vs. EV in de toekomst

  • John verwacht dat er over een aantal jaren waarschijnlijk twee duidelijke uitstroomrichtingen komen:
  • Een route richting mechanisch/diesel.
  • Een route richting EV-specialist / hoogspanningsdiagnose.

Het onderwijs legt dus de basis; de merkdealers en importeurs vullen die aan met merkspecifieke EV-opleidingen.

7. Nieuwe instroom: havo-jongeren en “elektra-koppen”

Opvallend is de veranderende instroom van studenten bij de Truckacademy:

  • Er komen steeds meer havo-leerlingen naar het MBO die bewust kiezen voor trucktechniek.

  • John ziet een duidelijk verschil tussen profielen:
    • Jongeren uit de havo hebben vaak een sterke voorkeur voor elektrotechniek, data en gestructureerd werken volgens protocollen.
    • Jongeren uit bijvoorbeeld kader-basis VMBO hebben vaak meer affiniteit met het pure sleutelen en mechanica.

 

Daardoor ontstaan grofweg twee “typen” monteurs:

  • De “dieselmonteur” die gek is op mechanica, motoren en olie.
  • De “elektramonteur” die blij wordt van schema’s, meten en software.
     

In de praktijk heb je straks beide profielen keihard nodig: de dieseltrucks verdwijnen niet, de elektrische trucks komen erbij.

8. Weerstand, enthousiasme en generatieverschillen

Niet iedere monteur staat te springen om aan elektrische trucks te werken. Mathijs is daar heel eerlijk in:

  • Er zijn collega’s “die er niets mee te maken willen hebben”.
  • Er zijn ook monteurs – vaak jongeren of doorstroom vanuit HBO – die het fantastisch vinden en er juist helemaal induiken.

Waarom die verschillen?

  • Elektrische trucks brengen nieuwe risico’s mee (hoogspanning). Dat schrikt sommige mensen af.
  • Sommige monteurs hebben simpelweg een sterke emotionele band met dieselmotoren: geluid, geur, vermogen – dat is “het vak” voor hen.
  • Oudere monteurs die bijna met pensioen gaan, hebben soms minder behoefte om nog volledig in een nieuwe wereld te duiken.

De monteurs van de toekomst zijn dus vooral degenen die:

  • Graag stapsgewijs volgens procedures werken.
  • Gestructureerd kunnen denken (“blokjes op de goede plek zetten”).
  • Niet bang zijn voor software, data en hoogspanning, maar wel respect hebben voor de risico’s.

9. Schaarste aan monteurs en het belang van begeleiding op de werkvloer

De truckbranche kampt, net als alle technische sectoren, met een tekort aan goede monteurs.

 

John benadrukt dat het ROC “maar” één dag in de week iets kan doen. De andere 80% van de leerweg vindt plaats in het bedrijf zelf. Daar ligt een enorme verantwoordelijkheid voor werkplaatschefs en leermeesters:

 

  • Geef leerlingen kans en vertrouwen
    • Laat ze niet alleen olie verversen, maar begeleid ze ook bij diagnose en EV-werk.
    • Accepteer dat het in het begin een uur langer duurt.

 

  • Investeer tijd in uitleg en gezamenlijke klussen
    • Samen storingen zoeken.
    • Samen veiligstellen van voertuigen oefenen.
    • Samen schema’s doornemen en meten.
       

Mathijs onderschrijft dat volledig. Hij ziet het als deel van zijn rol als teamleider om tijd vrij te maken voor begeleiding – ook al is de druk in de werkplaats hoog. Zonder die investering vandaag heb je morgen geen goede EV-monteurs.

10. Grootste impact in de werkplaats: tijd, veiligheid en mindset

In de rubriek van de Scania Expert wordt gevraagd: wat is nou de grootste impact van elektrische trucks op de werkplaats?

 

John is duidelijk:

  • Het grootste verschil is de tijd en discipline die nodig is om een voertuig veilig te stellen.

  • “Even snel tussendoor” bestaat niet meer. Voordat je daadwerkelijk mag sleutelen, ben je zo een uur bezig met veiligstellen en controleren.

  • Dat vraagt begrip van klanten én ruggengraat van monteurs om zich niet te laten opjagen.

Mathijs vult aan dat het daarnaast een enorme uitdaging is om:

  • Genoeg monteurs te vinden met de juiste veiligheidsmindset.
  • Mensen op te leiden die niet op routine of truckjes vertrouwen, maar op meten, procedures en diagnose.

 

Voor de monteur van de toekomst is het dus essentieel om:

  • Veiligheid boven snelheid te stellen.
  • Altijd te meten in plaats van “gokken”.
  • Protocol en proces te volgen, ook als het druk is en de klant staat te wachten.

11. Hoe word je EV-specialist?

Mathijs vraagt John in de podcast hoe het opleidingspad eruitziet als je echt EV-specialist wilt worden. John schetst een helder traject:

 

  1. Niveau 2 / 3 instroom – start als leerling in de bedrijfswagentechniek.

  2. Niveau 3 (Allround bedrijfswagentechnicus) – ongeveer 3 jaar.

  3. Niveau 4 (Technisch Specialist) – nog eens 2 jaar, met veel nadruk op diagnose en elektrotechniek.

  4. Merkspecifieke EV-opleidingen – bijvoorbeeld bij Scania in Zwolle.

Als je rond je 17e instroomt, kun je rond je 22e–23e:

  • Een niveau 4-diploma hebben.
  • Je NEN 9140-certificaat op zak hebben.
  • Klaar zijn om merkspecifieke EV-specialisatietrajecten te volgen.

Daarmee ben je de EV-diagnosespecialist waar merken en dealers de komende decennia om staan te springen.

12. Vooruitblik: waar kijken zij het meest naar uit?

Tot slot krijgen beide gasten dezelfde vraag: waar kijk je persoonlijk het meest naar uit in deze transitie?

 

Mathijs:

  • Hij wil vooral meer elektrische trucks op de weg zien, en dan natuurlijk liefst van Scania.
  • Hoe meer voertuigen, hoe groter de parate kennis in de werkplaatsen wordt, en hoe sneller diagnose en reparatie gaan.

John:

  • Hij is vooral nieuwsgierig naar waar we over vijf jaar staan.
  • Hij heeft in dertig jaar al enorme technische sprongen meegemaakt, maar verwacht dat de huidige generatie studenten nog veel grotere veranderingen gaat zien in een kortere tijd.
  • Hij kijkt ernaar uit om te zien hoe elektrische trucks het straatbeeld gaan domineren en hoe zijn studenten daarin hun plek vinden.

Beiden zijn het erover eens:

  • De monteur van de toekomst is geen “sleutelaar” meer in de klassieke zin, maar een hoogopgeleide technicus die mechanica, elektrotechniek, software en veiligheid combineert.
  • Wie nu instapt in dit vak, stapt in een wereld die razendsnel verandert – maar precies daardoor ook ontzettend veel kansen biedt.