Je lijkt je te bevinden in .
Ga naar uw Scania-marktsite voor meer informatie.
Nederland
verkoopregio
Production units

Scania’s meer dan een eeuw lange staat van dienst in de bouwsector:
Wereldwijd bouwen aan vertrouwen

De ervaring van Scania in de bouwsector gaat meer dan een eeuw terug. In de begindagen had Scania de beschikking over een uitstekend testparcours om de hoek, vlak buiten de hekken van de fabriek, aangezien alle wegen in Zweden in die tijd onverhard en in slechte conditie waren. Iets meer dan een eeuw geleden had Scania een productie van ongeveer 200 vrachtwagens per jaar, en werd alles gebouwd om aan de individuele verwachtingen van klanten te voldoen. Tegenwoordig vindt de productie op veel grotere schaal plaats, maar maatwerkoplossingen en de voorkeur voor robuuste en technisch geavanceerde, maar eenvoudige oplossingen zijn nog steeds belangrijke factoren in de hedendaagse bedrijfscultuur van Scania.

Weinig bedrijfsactiviteiten zijn meer divers en tegelijkertijd gespecialiseerder dan de bedrijfsactiviteiten voor de bouwsector. Voor Scania betekent dit kennis van verschillende segmenten hebben en weten met welke uitdagingen de verschillende toepassingen te maken hebben. Het zit diep in de cultuur van Scania verweven om aan de unieke behoeften van alle klanten in alle segmenten tegemoet te komen. Nu de productie 500 keer zo groot is als een eeuw geleden, is in de ontwikkeling een vooruitziende blik nodig in combinatie met een internationaal toonaangevend, modulair systeem om de taak te kunnen volbrengen.

Testparcours buiten de hekken van de fabriek
Tot het midden van de vorige eeuw waren de meeste wegen van het Zweedse wegennet nog onverhard. Het is daarom niet zo verrassend dat alle vrachtwagens van Scania-Vabis die in de beginjaren verkocht werden, geschikt waren om de zware, soms bijna onbegaanbare omstandigheden van het merendeel van de Zweedse wegen in die tijd te kunnen overbruggen. Met een afstand van 1.600 kilometer van noord tot zuid en met talloze onverharde wegen die kriskras het land doorkruisten, is het nauwelijks verrassend dat Zweden een soort paradijs was voor transportbedrijven die betrokken waren bij wegwerkzaamheden. Veel openbare snelwegen waren in het voorjaar onbegaanbaar wanneer de lentedooi zijn intrede deed. Tijdens regen waren ze modderig en glad, en wanneer de wegen droog waren bezorgde het stof voor overlast voor zowel de voertuigen als de inzittenden. In de winter moesten kilometers weg sneeuwvrij worden gemaakt.

Huizen voor miljoenen mensen
Vanaf de jaren ’10 tot en met ’60 van de vorige eeuw ontwikkelde Zweden zich van een arme boerennatie tot een modern, industrieel, welvarend land. Ongeveer 60 jaar geleden zette het hele land alle zeilen bij met grote investeringen in huizen en infrastructuur. Scania Trucks heeft daaraan een belangrijke bijdrage geleverd met het transporteren van grind, grond, zand, beton en allerlei transporten naar en van duizenden bouwlocaties.

Bouwvoertuigen van Scania-Vabis – zoals deze iconische DLT75 6x4 uit 1958 – hebben een vitale bijdrage geleverd toen in de ongeëvenaarde jaren ’60 het moderne Zweden tot stand kwam.

Tot eind jaren ’60 was de totale lengte en het totaalgewicht van vrachtwagens in Zweden vrijgesteld. De enig echte regel was dat het gewicht op de as niet meer dan acht ton mocht zijn. Het gevolg was dat chauffeurs uit die tijd soms op vrachtwagencombinaties reden die uit meerdere aanhangers bestonden en die negatieve gevolgen hadden voor het overige verkeer. Uiteindelijk betaalden alle ontberingen zich voor Zweden uit, toen tussen 1965 en 1975 meer dan 1 miljoen nieuwe huizen werden opgeleverd.

Modularisering
De groei en de ontwikkeling van Scania gingen gelijk op met die van Zweden. Scania had in de jaren ’20 en ’30 als fabrikant van robuuste en duurzame vrachtwagens al een stevige reputatie opgebouwd. Scania wist ook langdurige relaties met overheids- en openbare instellingen aan te gaan, zoals de nationale spoorwegen, het Zweedse staatsbedrijf der posterijen en de Zweedse rijksdienst voor het wegverkeer, evenals met openbaarvervoerbedrijven. Samen met hen ontwikkelde Scania oplossingen voor verschillende uitdagingen waarmee wegtransport en transportdiensten te maken hadden.

Een voorbeeld hiervan is de vele vrachtwagens voor bouw en onderhoud met kiepwagens die naar drie kanten kunnen kiepen en verdelers, die samen met de rijksdienst voor het wegverkeer uit die tijd, Vägstyrelsen, ontwikkeld werden. Uiteindelijk had Scania-Vabis min of meer een monopoliepositie in vrachtwagens voor wegwerkzaamheden in de Zweedse wegendistricten.

Scania kreeg in de jaren ’70 een grote transportopdracht in Engeland. De marges waren toen al klein, maar de chauffeur had tenminste voldoende motorvermogen om de taak uit te voeren.

Maatwerkoplossingen werden voor Scania een soort keurmerk, evenals het vermogen om bestaande onderdelen op een slimme manier te combineren om verschillende vraagstukken van klanten op te lossen. Dit vermogen is vanaf eind jaren ’30 stapsgewijs ontwikkeld tot het modulaire systeem waarover Scania tegenwoordig beschikt. De eerste modulaire motoren werden in 1939 al geïntroduceerd en de eerste serie vrachtwagens die volledig modulair was debuteerde in 1980.

Uitzonderlijk robuust
Alle ervaringen die Scania-Vabis vergaarde uit wegen en bouwlocaties waren een groot voordeel toen het bedrijf eind jaren ’40 zijn intrede op de exportmarkt deed. De voertuigen hadden een voorsprong op voertuigen van concurrenten uit landen waar restricties golden voor gewicht en lengte, maar ook op de nieuwe markt voor Zuid-Amerika, waar de verkoop rond 1950 op gang kwam.

De goede reputatie die Scania had opgebouwd, was een belangrijke troef en het bedrijf kreeg ook commerciële grip in de vorm van de zeer strakke regels voor het testen van cabines die de Zweedse autoriteiten in de jaren ’60 introduceerden. Het resultaat van de zware testen was dat fabrikanten in Zweden eerder dan fabrikanten uit andere landen sterke cabines bouwden die volledig van staal waren. Een vergelijkbaar wettelijk raamwerk deed op Europees niveau pas zijn intrede in de jaren ’90.

Het grondig testen van cabines waarbij een cabine een reeks testen op basis van verschillende procedures moet ondergaan, is nog steeds een belangrijk onderdeel van Scania’s DNA wanneer nieuwe cabines ontwikkeld worden. De afbeelding hierboven is van een test uit 1968.

Iconische vrachtwagens
Behalve dat Scania een groot deel van de productie aanpaste voor de Zweedse defensie tijdens de Tweede Wereldoorlog, werd onder leiding van nieuw management de gehele bedrijfsvoering en het productassortiment onder de loep genomen. Het resultaat was dat Scania in de periode na de oorlog met een modern productassortiment en gemoderniseerde productievoorzieningen kwam. De bejubelde ontwerpen van de Drabant en Regent, de toonaangevende modellen vrachtwagens in de jaren ’50, straalden zowel kracht als duurzaamheid uit.

De Scania-Vabis Drabant L51 is een typisch voorbeeld van een Scania vrachtwagen uit de jaren ’50. We zijn alleen niet helemaal zeker of de belading op de foto wel helemaal volgens de regels is …

De Scania-Vabis Drabant L51 is een typisch voorbeeld van een Scania vrachtwagen uit de jaren ’50. We zijn alleen niet helemaal zeker of de belading op de foto wel helemaal volgens de regels is …
De opvolger ervan was de iconische L75, die in 1958 geïntroduceerd werd. Met zijn strakke, volle lijnen, gecreëerd door industrieel ontwerper, tekenaar en journalist Björn Karlström, zette de introductie van dit model in diverse uitvoeringen (L/LS/LT75/LT76/110/111) Scania-Vabis uiteindelijk op de wereldkaart van vrachtwagens. Het was echter niet alleen zijn uiterlijk waarvan de wereld gecharmeerd was. Chauffeurs waardeerden de soepele en nauwkeurige stuurbekrachtiging, het goede zicht vanuit de cabine en de verhoogde positie met zicht over de motorkap van het type alligator.

Internationale bouwoplossingen
Indrukwekkende aantallen werden ook naar afgelegen locaties getransporteerd, zoals Afrika, het Midden-Oosten en Zuidoost-Azië, wat verklaard kan worden door een assemblagefabriek voor bussen en vrachtwagens in Irak en door een reeks hulpprojecten die op China gericht waren. Het L-model vormde tevens de basis voor de eerste volledige voertuigen van Scania-Vabis na de Tweede Wereldoorlog, een 4x2 DL75 en een DLT75, die volledig geleverd werden met een kiepbak van het bedrijf Meiller uit West-Duitsland. Volledige voertuigen maakten ook deel uit van een aantal deals met China eind jaren ’60 met Zweedse kiepbakken of carrosserieën van hout.
Tegenwoordig wordt het bij klanten steeds gebruikelijker om Scania een totaaloplossing te vragen, inclusief alles van carrosserieën tot services, zoals onderhoud en financiering.

Het oogsten van suikerriet op de uitgestrekte velden in Brazilië is een zware taak, zelfs voor een Scania T122ET zoals die op de foto uit de beginjaren ’80. Dit type robuuste vrachtwagens moest vaak grote afstanden afleggen, voornamelijk op moeilijk begaanbare, slecht onderhouden grindwegen en modderige paden.

Vanaf 1968 kon Scania ook een serie vrachtwagens met frontstuurcabine leveren, die hun mechanische onderdelen deelden met hun broertjes en zusjes met torpedofront. Ze werden primair verkocht op markten waar de wetgeving op maximale lengte deze oplossing vereiste en aan klanten die een cabine wilden waarbij de chauffeur boven de motor zat. Vanaf 1980 werd de serie compleet vervangen door de volledig modulaire GPRT-serie (2-series) waarna het internationale succes bleef doorgaan. Het destijds ontwikkelde volledig modulaire systeem en de introductie van een chassis in drie verschillende klassen zorgde ervoor dat het mogelijk werd om het juiste ontwerp voor steeds meer toepassingen te specificeren. Elke vrachtwagen kon nu worden afgestemd op de uitdagingen waarmee het te maken kreeg.

Geliefde krachten
Vanaf het moment dat in de jaren ’20 de eerste motoren met veel vermogen het licht zagen, kregen de aandrijflijnen van Scania(-Vabis) niets anders dan waardering en respect van zowel de chauffeurs als de transportbedrijven. De eerste dieselmotor kwam in 1936 uit en werd gevold door een serie modulaire motoren met vier, zes of acht cilinders in diesel- of benzine-uitvoeringen. De legendarische 10/11 liter-motoren die gelanceerd werden met de L75 in 1958, bleven Scania’s sterke werkpaarden tot het einde van de vorige eeuw. Vanaf 1969 werden ze overschaduwd in prestaties toen Scania de V8-motor van 14-liter en 350 pk introduceerde die binnen de kortste keren de wereld veroverde. Deze motor werd een maatstaf in de industrie in termen van zowel vermogen als efficiëntie, totdat de 16-liter in 2000 de troon besteeg.

Tussen 1965 en 1975 ontwikkelde Scania ook een serie geavanceerde terreinvoertuigen voor een grote opdracht van het Ministerie van defensie. Scania nam het voortouw in de ontwikkeling van terreinwagens met het ontwikkelen van onderdelen voor chassis en ophanging, evenals met vierwielaandrijving, naafreductie en automatische versnellingsbakken – lessen die Scania decennialang goed van pas kwamen. Scania bouwde zo’n 3.400 voertuigen voor de landmacht, in 4x4- of 6x6-uitvoering.

Twee SBAT 111 6x6 in militair tenue vervolgen hun weg onder zware omstandigheden ergens diep in de Zweedse bossen in de jaren ’80.

Maar gewoon “speciaal” is voor sommige klanten nog niet speciaal genoeg. Als er eisen zijn die niet ingewilligd kunnen worden met de miljoenen mogelijke combinaties in het modulaire systeem van Scania, dan biedt Laxå Special Vehicles, Scania’s eigen voertuigfabrikant voor speciale toepassingen, de helpende hand. Laxå heeft sinds de jaren ’70 unieke voertuigen ontwikkeld en gebouwd op basis van het chassis van Scania. Het bedrijf voert allerlei soorten taken uit, zoals het maken van een unieke carrosserie en het bouwen van transporttractoren voor het echte zware werk om het chassis op alle mogelijke manieren aan te passen. Dit bestaat ook uit het bouwen van betonpompen voor meerassige uitvoeringen of zware kiepwagens voor mijnbouwwerkzaamheden.

Anders Lampinen, Product Director, Construction, Scania Trucks, kijkt uit naar de introductie van de nieuwe generatie vrachtwagens van Scania voor bouwtoepassingen.

Voortzetten van de staat van dienst
Het is duidelijk dat Scania een langdurige, intense liefdesverhouding heeft – waar voorlopig geen einde aan komt – met alle soorten bouwvoertuigen, voor welke toepassing of afzetmarkt dan ook. Hoe kijkt Anders Lampinen, Segment Director, Construction, Scania Trucks, aan tegen de glorieuze staat van dienst van Scania op dit gebied? Is dit een staat van dienst waarop kan worden voortgeborduurd?

“Absoluut! Wat betreft robuustheid en betrouwbaarheid is de nieuwe generatie vrachtwagens van Scania echt een klasse apart,” aldus Lampinen. “Daar komt nog bij dat we toegang hebben tot operationele data van 260.000 connected vehicles en services, zoals diagnose op afstand en het Scania Contract met flexibele plannen. Het is daarom overduidelijk waarom ik er zo stellig van overtuigd ben dat we onze klanten in de bouwsector kunnen helpen om de marges in hun voordeel te veranderen.”


Neem voor meer informatie contact op met:

Anders Lampinen, Product Director, Construction, Scania Truck
Phone: +46 73 655 04 48, e-mail: anders.lampinen@scania.com

Örjan Åslund, Head of Product Affairs, Scania Trucks
Phone: +46 70 289 83 78, e-mail: orjan.aslund@scania.com